Wil je een overzichtelijk en duidelijk werkstuk, een sterke presentatie, of een goede persoonlijke opdracht (PO) maken? Met dit stappenplan doorloop je het hele proces – van oriëntatie tot eindcontrole – en kun je elke opdracht succesvol aanpakken!
Stap 1: Oriëntatie
- Bepaal je onderwerp
Kies een onderwerp waarover je je werkstuk, presentatie of opdracht gaat maken. Let op: als de docent een specifieke opdrachtomschrijving heeft gegeven, volg dan uiteraard die outline! Hieronder vind je een algemene uitleg over hoe je een grotere opdracht, werkstuk of presentatie kunt aanpakken. - Verzamel informatie
Start gerust met ‘chaos’ 😊! Verzamel zoveel mogelijk informatie over je onderwerp. Bewaar prints of links van internetbronnen, zodat je later de bron kunt terugvinden.
Stap 2: Vragen bedenken
- Formuleer vragen over je onderwerp
Bedenk welke vragen jij en anderen zouden kunnen hebben over je onderwerp. Voor een presentatie zijn dit de kernpunten die je wilt uitleggen, terwijl voor een PO of werkstuk dit vaak bredere onderzoeksvragen zijn. Beantwoord in elk geval: wie, wat, waar, wanneer, waarom, op welke manier, welke soorten, en wat zijn de gevolgen? - Kies maximaal 7 vragen als hoofdstuktitels
Beperk je tot ongeveer zeven vragen of kernpunten. Voor werkstukken vormen deze de hoofdstuktitels, en voor presentaties vormen ze de basis van je dia’s of secties. Zo krijg je meteen een overzichtelijke inhoudsstructuur!
Stap 3: Hoofdstukken schrijven: de vragen beantwoorden
- Zoek de antwoorden op
Ga door je verzamelde informatie en markeer met een markeerstift de antwoorden op je vragen. Voor een werkstuk kun je deze antwoorden later als hoofdstukken uitwerken (maximaal 7). Voor een PO of presentatie kan dit een kortere versie zijn, waarbij je alleen de belangrijkste punten benoemt. - Schrijf in je eigen woorden
Beantwoord nu elke vraag zoveel mogelijk in je eigen woorden (en relatief uitgebreid) voor werkstukken. Deze worden de hoofdstukken van je werkstuk.
Voor presentaties en PO’s houd je de antwoorden korter. Controleer steeds of je uitleg duidelijk is, voeg informatie toe waar nodig en schrap overbodige details. - Gebruik opsommingstekens (•) voor lijsten
Opsommingstekens kunnen je werkstuk of presentatie overzichtelijker maken. - Voeg plaatjes of visuele hulpmiddelen toe
Afbeeldingen en diagrammen maken je uitleg niet alleen duidelijker, maar ook aantrekkelijker – vooral handig bij presentaties!
Stap 4: Inleiding, voorwoord, inhoudsopgave en bronnenlijst
- Schrijf de inleiding
In de inleiding geef je een korte samenvatting van de inhoud van je werkstuk, PO, of presentatie. Beschrijf elk deel of hoofdstuk in één zin. - Schrijf het voorwoord
Geef je werkstuk of PO een persoonlijk tintje: waarom koos je dit onderwerp? Hoe verliep het maken van de opdracht? Bij een presentatie kun je dit verwerken in je introductie voor het publiek. - Maak de definitieve inhoudsopgave
Dit geldt vooral voor werkstukken en PO’s. Voor presentaties kun je een overzichts- of agenda-dia maken. - Voeg een bronnenlijst toe
Noteer de titels van boeken, websites, en tijdschriften die je hebt gebruikt.
Stap 5: Puntjes op de i!
- Gebruik de spellingschecker
Leer van de fouten die je vaak maakt. - Herlees of laat iemand anders je werkstuk of presentatie lezen
Controleer of alles logisch in elkaar zit en pas aan waar nodig. - Maak een pakkende coverpagina of openingsdia
Een aantrekkelijke cover of dia maakt direct een goede indruk!
VEEL SUCCES!
0 reacties