Breid met onderstaande tips jouw woordenschat Frans stap voor stap uit en vergroot de kans op een mooi resultaat voor je toets. Opmerkingen of suggesties? Mail naar info@ting.nl.
- Leer met de pen in je hand: Woordjes en zinnen handmatig opschrijven helpt om Franse woordjes en zinnetjes beter te onthouden. Zo verankert het woordbeeld zich beter in je brein. Heb je dyslexie? Neem deze tip dan zeker ter harte!
- Afdekmethode: Dek de Nederlandse woorden in je boek af en schrijf de vertaling in het Frans op. In het begin mag je spieken 😊. Herhaal het afdekken totdat je de woorden zonder spieken foutloos in het Frans kunt opschrijven. Dit kan uiteraard ook andersom: van het Frans naar het Nederlands. Blijf de woorden herhalen totdat je ze goed kent.
- Gebruik Flashcards: Flashcards zijn een handige manier om woordjes te oefenen. Je kunt ze bij de boekhandel kopen of ze zelf maken door kleine kaartjes uit papier of karton te knippen. Schrijf op de ene kant van elk kaartje het Duitse woord, en op de andere kant de Nederlandse vertaling. Zet een ‘ken ik al’ en een ‘nog oefenen’ bakje klaar.
◦ Maak een stapel met de Nederlandse woordjes boven.
◦ Lees het Nederlandse woord en schrijf de Franse vertaling op een apart vel papier zonder te spieken.
◦ Controleer je antwoord: goed? Leg het kaartje in het ‘ken ik’-bakje. Fout? Leg het in het ‘nog oefenen’-bakje.
◦ Oefen net zo lang tot alle kaartjes in het ‘ken ik’-bakje liggen.
◦ Herhaal de oefening, maar begin nu met de Franse kant van de kaartjes boven. - Online leren en oefenen: Platforms zoals Wrts, Wozzol, memrise of Quizlet maken het mogelijk voor jou om online te oefenen. Let wel op: het online invoeren van de woordjes kan tijdrovend zijn, door de vele uitspraaktekens in het Frans. Sommige sites hebben kant-en-klare woordenlijsten; verzeker je in dat geval dat ze foutloos zijn!
- Blijf consequent met je methode: Of je nu schrijvend leert of online, kies voor een vaste methode en houd je eraan. Je brein went aan deze gewoonte, wat het leerproces eenvoudiger en efficiënter maakt.
- Leer elke dag kleine hoeveelheden: Ongeveer tien woordjes per dag leren (Ned-Frans/Frans-Ned) werkt veel beter dan een grote hoeveelheid op het laatste moment. Zo krijgt je brein de tijd om de nieuwe informatie op te slaan, waardoor je het ook langer onthoudt.
- Lidwoorden bij de zelfstandige naamwoorden! Bij elk Frans zelfstandig naamwoord hoort een mannelijk (‘le’ of ’un’) of vrouwelijk lidwoord (‘la’ of ‘une’). Leer dus ‘le magasin’ (de winkel) ipv ‘magasin’ en ‘l’école’, waarbij je weet dat de l’ staat voor ‘la’. Vergeet deze niet te leren want dat kost je punten op de toets.
- De uitspraaktekens: De Franse taal heeft er veel en het is belangrijk om deze ook mee te leren voor een mooi cijfer. De bekendste: accent aigu (´),accent grave (`) en accent circonflexe (^). Gebruik het ezelsbruggetje ‘hélicoptère’. Een helikopter moet eerst opstijgen é (lange klank, streepje omhoog) en dan dalen è (korte klank, streepje omlaag).
- Ezelsbruggetje: Lees het Nederlandse woord en verzin zelf een ezelsbruggetje. Bijvoorbeeld het Franse ‘la randonée’ betekent ‘excursie, wandeling’. Tijdens je excursie val je over de ‘rand o née!’.
- Laat je overhoren en gebruik ‘context’: Vraag een huisgenoot, klasgenoot of studiecoach om het Nederlandse woord te zeggen terwijl jij de Franse vertaling opschrijft. Mondeling alleen is vaak niet genoeg.
Schrijf ook eens een paar zinnen met je nieuwe Franse woorden en laat die overhoren om ze in verschillende situaties toe te kunnen passen. - Herhaal moeilijke woorden: verzamel de woorden die je nog lastig vindt in je schrift en oefen ze in elk geval de dag voor de toets nog een keer.
- Kijk een Franse film of series: om gewend te raken aan hoe de taal klinkt en woorden te herkennen.
0 reacties