Duits woordjes leren? 10 Tips!

Met onderstaande 10 tips kun je jouw woordenschat Duits stap voor stap uitbreiden.
En een mooi cijfer halen 😊! Opmerkingen of suggesties? Mail naar info@ting.nl.

 

  1. Leer met de pen in je hand! Schrijven helpt je om de Duitse woordjes en zinnen beter te onthouden. Door de woorden handmatig op te schrijven, verankert het woordbeeld namelijk sterker in je brein. Heb je dyslexie? Neem deze tip dan zeker ter harte!
  2. Vergeet de lidwoorden en hoofdletters niet: In het Duits heeft elk zelfstandig naamwoord een lidwoord: mannelijk (der/ein), vrouwelijk (die/eine), of onzijdig (das/ein). Schrijf bovendien elk zelfstandig naamwoord altijd met een hoofdletter. Vergeet de lidwoorden en de hoofdletters niet, want dit kost je punten op de toets!
  3. Leer elke dag kleine hoeveelheden: Ongeveer tien woordjes per dag leren (Ned-Duits/Duits-Ned) werkt veel beter dan een grote hoeveelheid op het laatste moment. Zo krijgt je brein de tijd om de nieuwe informatie op te slaan, waardoor je het langer onthoudt.
  4. Laat je overhoren en gebruik ‘context’: Vraag een huisgenoot, klasgenoot of studiecoach om je te overhoren. Zorg ervoor dat zij het Nederlandse woord zeggen en jij de Duitse vertaling opschrijft. Alleen mondeling overhoren is helaas vaak niet voldoende.
    Context is belangrijk: schrijf een paar zinnen met je nieuw geleerde Duitse woorden (en laat die ook overhoren) en oefen zo het toepassen in verschillende situaties.
  5. Afdekmethode: Dek de Nederlandse woorden in je boek af en schrijf de vertaling in het Duits op. Herhaal dit proces totdat je de woorden zonder spieken foutloos in het Duits kunt opschrijven. Dit kan uiteraard ook andersom: van het Duits naar het Nederlands. Deze methode helpt je om de woorden te blijven herhalen totdat ze goed blijven hangen.
  6. Gebruik flashcards: Flashcards zijn een handige manier om woordjes te oefenen. Je kunt ze bij de boekhandel kopen of ze zelf maken door kleine kaartjes uit papier of karton te knippen. Schrijf op de ene kant van elk kaartje het Duitse woord, en op de andere kant de Nederlandse vertaling. Zet een ‘ken ik al’ en een ‘nog oefenen’ bakje klaar.
    ◦ Maak een stapel met de Nederlandse woordjes boven.
    ◦ Lees het Nederlandse woord en schrijf de Duitse vertaling op een apart vel papier zonder te spieken.
    ◦ Controleer je antwoord: goed? Leg het kaartje in het ‘ken ik’-bakje. Fout? Leg het in het ‘nog oefenen’-bakje.
    ◦ Oefen net zo lang tot alle kaartjes in het ‘ken ik’-bakje liggen.
    ◦ Herhaal de oefening, maar begin nu met de Duitse kant van de kaartjes boven.
  7. Online oefenen: Platforms zoals Wrts, Wozzol, Memrise of Quizlet kunnen je helpen met interactief leren. Zorg wel dat de woordenlijsten die je gebruikt correct zijn, vooral vanwege de Duitse umlauts en de ß en de lidwoorden (m/v/o)!
  8. Blijf consequent met je methode: Of je nu schrijvend of online leert, kies één vaste methode en houd je eraan. Je brein went aan deze gewoonte, wat het leerproces eenvoudiger maakt.
  9. Herhaal moeilijke woorden: Verzamel de woorden die je lastig vindt in je schrift en herhaal ze later nog een keer, want wat je aandacht geeft groeit!
  10. Lees eens een Duits boek, kijk films of series: om je woordenschat op een natuurlijke manier te vergroten. Je leert de woorden in verschillende contexten herkennen en gebruiken. context herkennen en gebruiken.

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *