Jongste ging naar de brugklas. En wij hielden ons hart vast. Op de lagere school had hij zich vanaf groep vier gespecialiseerd in het doen van andere dingen dan school. Bij de les blijven was een punt en huiswerk maken een nog groter punt. Denk aan: werk niet of half maken, schrift niet op de nakijkstapel leggen, sluipacties richting computer of stripboek op school en thuis urenlang bezig zijn met een onnozel huiswerkvel rekenen. Je kent dat wel, een week doen over iets dat normaliter binnen een half uur toch echt wel af is. Goed, ik kan er een boek over vol schrijven. Onze valkuil was: Trekken. Sjorren aan een dood paard dus. Steeds opnieuw dingen uitleggen, kind aan de hand nemen en je verbijsterd afvragen waarom het niet gewoon een boek pakt en léért. Tot op de open dag van de Passie TING op ons pad kwam. Met sturen op de agenda en eigen verantwoordelijkheid. Waar iedereen geduldig, altijd weer vriendelijk en humorvol het probleem teruglegde op het bordje van kind. Het meeste heb ik gehad aan het dagverslag, manlief aan het intakegesprek. Aha, zo werkt het. De eerste weken kwam er geen boek mee naar huis, en ging er ook niet gek veel mee richting TING. Maar nu, vier maanden later, gaat het alleszins redelijk. Jongste heeft overzicht, maakt zijn huiswerk en beseft dat het zijn pakkie-an is, moeders heeft overzicht, afstand en vriendelijke sturing en beseft dat het niet haar pakkie-an is. Misschien is dat laatste wel het belangrijkste. Geënt op TING hebben we nu onze eigen TING-versie thuis. Met mobiel beneden, planning maken, planning aan mij vertellen en aan de slag. Onze scholier doet de inhoud, ik doe de ehm…vormgeving. En zie kind groeien 🙂 Dankjewel allemaal